Kinderkerstverhaal 'Je zus gezocht'

JE ZUS GEZOCHT

Kerstverhaal voor iedereen van 4 tot 104


Door Jantine Heuvelink, predikant van de Oranjekerk

Natuurlijk kent Daniël het kerstverhaal! Hij heeft het al zo vaak gehoord. Toch hangt hij aan de lippen van juf Ayse als zij het verhaal vertelt. Daniël hoeft niet lang na te denken over zijn tekening bij het verhaal. Hij tekent een baby’tje omringd door goud, schapen en engelen en onder een wolk wierook.
Nog een week en dan is het kerst. Daniël heeft er zin in. Mama zegt dat kerst al is begonnen, omdat z'n zusje net is geboren. Maar dat was met Sinterklaas. Kerst vindt Daniël toch echt wat anders. Hoe anders, dat weet hij niet. Maar met kerst gebeurt er altijd iets bijzonders, toch? Stel je voor dat zoiets als het kerstverhaal hier zou gebeuren, midden in de Pijp. Dat zou wat zijn!

Daniël loopt van school naar huis. Zijn huis is gemakkelijk te herkennen. Daar, op driehoog in de Van Ostadestraat, waar sinds de geboorte van zijn zusje de kont van een nep-ooievaar uit het raam steekt, daar woont hij. Op de hoek met de Oranjekerk loopt Daniël bijna tegen zijn buurman op. ‘Dag buurman’, wil hij zeggen, maar de buurman vloekt: ‘Jezus, wat ze nu weer verzinnen, het moet niet gekker worden!’ en hij loopt langs hem heen. Daniël kijkt verbaasd. Dan valt ook zíjn oog op de vitrine bij de kerk…

‘Mam, mam!’, Daniël rent de trap op. ‘Mam, ze hebben Josefien nodig in de kerk!’ Daniël ploft neer op de bank, in zijn hand heeft hij een nattig papiertje. Hijgend geeft hij het aan z’n moeder: ‘Kijk, daar staat het, ze zoeken m’n zus!’ Mama kijkt verbaasd naar het papier waarop staat: JE ZUS GEZOCHT. Ze leest hardop: ‘De Oranjekerk zoekt baby’s die willen figureren als Jezus in de Levende Kerststal.’ Ze kijkt naar Daniël die haar triomfantelijk aankijkt en geeft hem een knuffel. ‘Lieverd, ze zoeken een baby Jezus, maar ze bedoelen niet per se je zus.’ Nu ziet Daniël het ook, jammer. Even dacht hij dat kerst toch bij zijn zusje zou beginnen. Maar ze zoeken dus een jongen. Wat een teleurstelling. ‘Nou, dat lijkt me niet’, zegt mama. ‘Ik bel de dominee wel even op.’

Op de zaterdag voor kerst is het zover. Daniël heeft alle kinderen in zijn klas én bij voetbal verteld dat zijn zusje ‘Jezus’ zal zijn. In de kerk staat een stal met een kribbe erin. Mama heeft een jurk aan en draagt Josefien in haar armen. Zij is Maria. Daniël heeft z’n brandweerman Sam-pak aan. Hij is grote broer én hulpdienst voor geval van nood, dat is wel zo veilig met al dat stro in de stal.

Trots ziet Daniël hoe alle kinderen voorzichtig en nieuwsgierig zijn zusje bekijken en haar - o nee hem - zooo schattig vinden. Raf is er zelfs voor uit Buitenveldert gekomen en juf Ayse helemaal uit Oost. Ja, dit is kerst, dit is bijzonder, dit is wat Daniël gehoopt had. Wow.

Hee, wat is dat? Ineens is er rumoer bij de ingang van de kerk. Kinderen en ouders kijken verschrikt om zich heen. ‘Laat me naar binnen!’ hoort hij iemand schreeuwen en ‘hoezo is dit niet voor mij bedoeld?’ Dan heel hard ‘Jezus Maria, het is bijna kerst hoor!’
De mama van Daniël herkent de stem en weet meteen wat er aan de hand is. Vlug staat ze op. ‘Kom’, zegt ze tegen Daniël. Samen snellen ze naar de ingang van de kerk. Daar staat een man met een woeste baard. Daniël herkent hem meteen. Die man zit vaak op hun stoep te wachten tot de daklozenopvang open gaat. ‘Hallo Peter’, zegt mama, nog verkleed als Maria en met Josefien in haar armen. ‘Hier zijn Jezus en Maria, je zocht ons toch?’ Met grote ogen kijkt de kleine Josefien Peter aan. Peter kijkt even vreemd op, maar schiet dan in de lach. ‘Hee kleine man’, zegt hij tegen Josefien en geeft haar een luchtzoentje. En tegen Daniël zegt hij: ‘Dus dat heeft die ooievaar bij jullie afgeleverd!’ ‘Ze is mijn zusje’, zegt Daniël trots. ‘Echt?’, zegt Peter. ‘Nou dat is helemaal mooi. Dus je zus is Jezus!’ ‘Weet je’, Peter knielt voor Daniël neer, ‘ik heb je zus Jezus even nodig, is dat goed?’ Daniël kijkt naar mama en die knikt. ‘Volg mij!’ Daar gaan ze, Maria met Jezus en brandweerman Sam, achter Peter aan, de kerk uit, de hoek om. Daar botsen ze bijna tegen de buurman op, die hen met open mond aanstaart.

Peter belt aan bij Makom, de daklozenopvang. Als de deur openzwaait, brult hij met luide stem: ‘Effe dimme allemaal! Hier is Jezus met Maria en iemand van de brandweer!’ Het is vol bij Makom, de ramen zijn beslagen en het ruikt er niet al te fris. Heel even is het stil, dan zwelt het rumoer weer aan. ‘Wat een liefie’, zegt iemand. ‘Mevrouw let u op met die kleine in de kou?’, klinkt een stem. En daarna: ‘Hee jongen, heb je een vuurtje voor me?’ Van alle kanten zijn er liefkozingen voor Josefien. Net als in de kerk, maar toch anders.

Als ze thuiskomen, kijkt Daniel naar het raam, waar nu naast de ooievaar een vallende ster hangt met daaronder Merry Christmas. Kerst is begonnen, Daniël weet het zeker, midden in de Pijp, ín de kerk en daarbuiten.

Illustratie: Iris Boter