29 nov (1e Advent)

ds. Jantine Heuvelink

1e Adventskaars   


Stem:
Wat is het donker! Het lijkt wel nacht.
’s Ochtends kom ik met moeite mijn bed uit - Wat moet ik ook al weer doen vandaag?
O ja, antwoord zoeken op de vraag – hoe moet het verder met het milieu?
Reageren op de vraag waarom sommigen er niet bij horen en anderen wel.
Een weg zoeken in mijn leven zonder te struikelen over alle chaos in de duisternis.
Het is soms zo donker. (…)

Kan er iemand het licht aandoen?
Iemand van boven of van beneden?
Licht waarin ik jou herken als mijn vriend, mijn goede buur?
Licht waarmee ik het verschil kan zien tussen goed en kwaad?
Licht dat mij verwarmt zodat ik niet onverschillig blijf?

Kan iemand het licht aandoen? Wil jij voor mij het licht aansteken?

22 nov

'Breekbaar’

bij Matt 25: 31-46 en schilderijen van Ann Tempelaars

Kijk eens hoe mooi die libelle, die vlieg, met vleugels haast doorzichtig, die het zonlicht weerspiegelen. Zo wonderlijk, zo mooi, zo fijn…

Kijk uit! Je staat bovenop die mooie kever, met je dure schoen. Nou, kijk nou, je hebt hem helemaal verpletterd, nu is ie gebroken.

Alles is breekbaar. Kleine diertjes, mensen, onze gezondheid, ons geluk.

Dat besef van kwetsbaarheid kan ons verpletteren, dat gevoel kan ons verlammen.

Maar er is ook dit: ‘alles van waarde is weerloos’. 

Dit alles van waarde. Gelukkig wie die waarde ziet en in beeld brengt.

1 nov

‘Voor een dichte deur?’


Achttien was ik toen ik theologie ging studeren in Amsterdam.

Met een paar medestudenten woonde ik op één gang en we spraken veel over geloof.

Er was daarbij een contrast tussen wat mijn medestudenten hadden aan antwoorden en houvast, en mijn ongeloof en mijn vragen.

Op een ochtend na zo’n gesprek was er een briefje met een gedicht onder mijn deur door geschoven. In mijn herinnering was de titel ‘De Heer klopt aan je deur’.

Het gedicht ging over dat God bij je aanklopt en jij alleen maar open hoeft te doen. Er stond dat als je op de knieën zou gaan en tot God zou bidden, dat God je dan zou aanraken. Het gedicht kwam van mijn studiegenoot en was bedoeld om mij te bemoedigen of te vermanen mij toch over te geven aan dat zekere geloof waar wij over spraken. Iets wat ik niet op die manier kon en kan.

Het gedicht eindigde met een waarschuwing: ‘Maar niet eeuwig blijft de Heer kloppen, eens zal de deur gesloten zijn’.

En toen wist ik wél zeker wat ik geloofde. Ik geloof dat God ons nooit voor een dichte deur laat staan.

27 okt

‘Too many words’


Bij Nehemia 7:72b-8:18

Vrijdagnacht werd het laat, heel laat, omdat het maar niet lukte met de preek. Al die woorden!

Een lange lezing, met een lange inleiding en een lange preek had ik. Ik houd niet van lang. Too many words. Gisteravond, een nieuwe poging. Ook het opmaatverhaal dat ik al geschreven had sneuvelde en werd dit.

Ik houd van woorden, maar ze moeten wel wat zeggen. En in beeld, merkte ik bij het terugkijken, zijn woorden al snel te veel.

Behalve dan deze woorden: hier achter mij. Dit zonnescherm, dit kunstwerk bestaat uit alle pagina’s van de oude kanselbijbel. Van Genesis tot Openbaring.

Deze woorden zijn niet teveel. Deze woorden filteren het Licht.

11 okt

 ‘Welk huis?’ (bij Ezra 1 en 3: 1-6)


Mam?

Ja

Over welk huis gaat het?

Welk huis, wat bedoel je?

Dat van dat lied ‘de vreugde voert ons naar dit huis’, welk huis is dat?

Ah, dat bedoel je, daar wordt de kerk mee bedoeld.

Maar dat klopt dan toch niet?

Niet?

Nee daar zijn wij nu toch niet? Wij zijn toch thuis, in ons eigen huis? Als we niet in de kerk zijn dan kunnen we dat toch ook niet zingen over dat huis?

Nou, we kijken toch naar de dienst, we hebben toch wel de naam van de Oranjekerk met vreugde ingevoerd in google, dat telt toch ook wel, denk je niet?

Mwah.

Niet?

Nee.

O, oké. Maar weet je, los van dat huis, klopt verder wel alles aan dat lied.

Hoezo?

Nou ik ben wél blij dat ik de Oranjekerk heb ingevoerd bij google, en ook dat ik zingen kan, dat is het voordeel van thuis zijn😉. En bidden dat God ons draagt, dat wil ik ook en dat ik God ontdek in mijn leven. Dus verder klopt dit lied wel als een bus, hoor.

Oké, ik snap je redenering, maar die staat niet als een huis.

Hm, oké…

4 okt

Daniel in de Leeuwenkuil - ‘De leeuwentemmer’



Hee Daniel, waarom zit er een leeuw op je nek?

Hij viel me aan, zegt Daniel, en nu is hij getemd.

Alle mensen kijken bewonderend naar Daniel. Hoe doe je dat, een leeuw temmen?

Heel gewoon, zegt Daniel.

Niet bang zijn voor klauwen die je kunnen grijpen.

Niet bang zijn voor degenen die hun tanden wel in je willen zetten.

Niet bang zijn voor een aanval, maar denken aan wie je redt.

Huh, zeggen de mensen, en wie redt je dan uit de klauwen van een leeuw?

Het is maar net, zegt Daniel, wat je hooghoudt.

Als je het goede doet, dan zal het je goed gaan. Als je voor anderen zorgt, dan wordt er ook voor jou gezorgd.

Hé, Daniel, je zit te preken, gaat dit soms weer over jouw God?

Ja, zegt Daniel, want weet je, die leeuw zit wel op mijn nek, maar mijn God staat daarboven.