bram in a'dam

Kinderverhaal bij Hebreeën 11 : 8 en Ruth 1

Ds. Piet Kooiman


Bram woonde in Somalië, een land ver hier vandaan. Het land was arm. En ook zijn ouders waren arm. Ze hadden vaak honger. Op de markt was bijna niets te koop. Bram hoorde zijn vader tegen zijn moeder zeggen: “Zullen we vluchten voor de honger? Naar een land waar wel eten is?”

Zijn moeder zei: “Maar de kinderen dan? Die hebben hier hun vriendjes en vriendinnetjes op school en in de buurt. Wat doen we ze aan?”

Toen zei Bram tegen zijn moeder: “Ik vind het goed als we gaan. Jullie hebben hier alleen maar honger, want wij krijgen altijd jullie brood. Als dat er is. En in dat andere land vinden we vast wel nieuwe vriendjes en vriendinnetjes. En misschien is er wel een markt waar wel genoeg te koop is.”
Papa en mama gaven hem een knuffel.

De volgende dag gingen ze op reis. Het was een heel lange en moeilijke reis. Maar aan het eind van de reis kwamen ze aan in Amsterdam. Daar was eten genoeg. En een markt met een rare naam: Albert Cuyp. Daar konden ze brood kopen en nog veel meer. Zelfs pindakaas. Dat had Bram nog nooit geproefd.

Zijn mama zei tegen hem: “Bram, je had gelijk.  Soms moet je gewoon op weg gaan en vertrouwen dat het goed komt. Misschien is dat wel geloof!”
Bram snapte het niet. Maar hij knikte en nam nog een hap. Heerlijk!

© PK

dansje in de kerk

Opmaatverhaal ‘Dansje in de kerk’ 
Paasmorgen 17 april 2022 ds. Jantine Heuvelink


Wie weet wat een opmaatverhaal is?

Ik heb de naam bedacht, eigenlijk op twee manieren, maar vandaag omdat het Pasen is zijn het er drie. Een opmaatverhaal is net als muziek om ergens naar toe te komen, als een opstapje, om iets uit de kast te pakken, of om de bus in te stappen – het helpt je om ergens te komen, bijvoorbeeld het begrijpen van een Bijbelverhaal of iets van God.

En het is, reden twee, een verhaal op maat, wat past bij dit moment en bij wie het verhaal horen, voor jong en oud, een verhaal dat iedereen kan begrijpen. Precies op maat.

En vandaag is er ook nog een derde betekenis. Het opmaatverhaal is er op de maat van muziek.

Dan komt nu het opmaatverhaal.

Het verhaal gaat over Lynn. Lynn was gisteren naar het Marius van Dokkummuseum in Harderwijk (dat is een tip). En daar zag ze dit schilderij, het schilderij van een meisje dat danst in de kerk.

En Lynn zegt ‘Mama dat wil ik ook! Ik wil morgen dansen in de kerk’.
Maar mama zegt: ‘Nee liefje, dat kan niet. Dit is een schilderij dit hangt in een museum. Dit is niet echt. Dit is een grap van de kunstenaar. We hebben in onze kerk toch helemaal niet van die banken met van die opstapjes en zo’n hoge preekstoel. Dit bestaat niet echt. En trouwens, morgen is het Pasen, dat is de bijzonderste dienst van het jaar, en het wordt vast heel druk, daar kun je niet zomaar doorheen walsen’.

En Lynn denkt ‘Pasen, maar dat is met Jezus en Jezus zei altijd ‘kinderen horen erbij, kinderen moet in het midden staan’, en Jezus is ook altijd iemand die zegt ‘Hoe het hoort, daar heb ik niet zoveel boodschap aan, sommige dingen zijn belangrijker dan hoe het hoort’.’   

Lynn kijkt nog een keer naar het schilderij en ziet dat er op de trui van het meisje een schaapje staat en daarover heeft ze ook wel vaker een verhaal gehoord en ze denkt ‘zie je wel, ik hoor erbij en met Pasen ga ik mooi niet stilzitten in de kerk, want stilzitten dat deed Jezus ook niet met Pasen’.


game over?

Game over?

Opmaatverhaal bij Johannes 11: 1-44
Ds. Jantine Heuvelink

Bij Marte hebben ze een spelcomputer thuis. Het liefst zitten Marte en haar broer en zus de hele dag erop. Maar dat mag dus niet.

’s Avonds als ze gaan eten, steekt mama eerst een kaars aan. Want oom Ruud, de broer van oma is doodgegaan en dat is verdrietig.

Marte kijkt in het licht van de kaars. Ze zegt: ‘Eigenlijk stom toch dat je alleen bij computergames meerdere levens hebt? Ja, dat zou toch veel beter zijn als dat in ons leven ook zo was en het niet meteen met de dood ‘game over’ is?’

Mama kijkt ook in de kaars. ‘Weet je’, zegt mama, ‘wat oom Ruud altijd zei? Hij zei altijd: ‘een dag niet geloofd, is een dag niet geleefd’.’

‘Mam’, zegt Marte, ‘die gaat anders! Want het is toch ‘een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd’?’

‘Ja’, zegt mama, ‘dat weet ik wel, maar dat is niet wat oom Ruud zei. Oom Ruud zei: ‘Een dag niet geloofd, is een dag niet geleefd’. Oom Ruud bedacht elke dag waar hij God dankbaar voor was en dat schreef hij dan op in zijn ‘een dag niet geloofd, is een dag niet geleefd’ boekje. Hij had een hele rij boekjes staan. Weet je’, zegt mama, ‘ik denk dat oom Ruud zou zeggen: ‘Ik heb elke dag geleefd, heel veel levens gehad, het was echt niet zomaar ‘game over’.’

beestenboel

Beestenboel

Ds. Jantine Heuvelink

Sanny is dol op al haar knuffels. Het is een echte beestenboel op haar kamer en vandaag heeft ze weer eens een dierentuin gemaakt. Aan haar boekenplank hangen de apen. Onder haar bureau zitten de beren. Op het groene kleed staan de graseters, de paarden, koeien en schapen. En in haar kast zitten de wilde dieren: de leeuw, de panter en de vos. En onder haar bed zitten de gevaarlijke dieren zoals de slang en de krokodil. Zo iedereen zit keurig op zijn plek.
Als Sanny klaar is gaat ze lekker even buitenspelen. Maar als ze later terug komt op haar kamer, oooohhh. Nee, wat ze dan ziet is helemaal niet oké!
De vos zit op het groene kleed naast de kleine schaapjes.
En de leeuw zit naast de koeien en er zit ook een beer.
En, neee, de slang zit in haar poppenbed.
‘Mooi, hè’ klinkt het naast haar. Sanny’s broertje Daan kijkt heel tevreden. ‘Ik heb de dieren laten bewegen’.
Maar dat mag niet, zegt Sanny! Dat is niet goed want de wilde dieren eten de boerderijdieren zeker weten op en een slang is gevaarlijk voor een baby! Dat past niet bij elkaar!
Jawel hoor, zegt Daan. Moet je maar kijken, alle dieren die op het kleed zitten hebben een lekker zachte vacht, die passen heus wel bij elkaar. En een slang is net zo kaal als jouw babypop. Kan best.
En weet je waarom ze elkaar toch echt geen kwaad kunnen doen?
Sanny schudt haar hoofd.
Het zijn knuffels, dat weet je toch?!

eeuwigheid

Eeuwigheid

Opmaatverhaal Eeuwigheidszondag (21 nov 2021)
Ds. Jantine Heuvelink


‘Papa’, zegt Joris, ‘hoe lang duurt een eeuwigheid?’

‘Een eeuwigheid’, zegt papa, ‘dat duurt eindeloos’.
Joris denkt even na.
‘Maar papa’, als jij zegt dat je al een eeuwigheid wacht op oom Gert tot hij de zaag terugbrengt, denk je dan dat het nog komt voor je dood gaat? Of kan het dan ook daarna?’

‘Huh’, papa kijkt Joris aan. Wat zijn dit voor vragen? Eeuwigheid, doodgaan. Ah, papa ziet het al. Joris heeft het over eeuwigheid in de kerk.
‘Weet je’, zegt papa, ‘eeuwigheid in de Bijbel is misschien wel precies het tegenovergestelde van eeuwigheid zoals dat wachten op het teruggeven van de zaag door oom Gert. Dat wachten duurt eindeloos, en ik heb de hoop verloren dat die zaag ooit terugkomt. Maar eeuwigheid in de Bijbel dat is juist helemaal niet hopeloos.
Eeuwigheid in de Bijbel gaat over hoe tijd werkt bij God. Gods tijd is andere tijd. Al ons leven en ook als we doodgaan, gebeurt binnen Gods tijd. Eeuwigheid dat is voor altijd bij God zijn’.

‘Oké’, zegt Joris en hij denkt weer even na, ‘dus dan kan het echt wel een eeuwigheid duren met die zaag?’.
‘Ja’, zegt papa, ‘de hoop op die zaag terugkrijgen ben ik nu wel verloren, maar verder komt alles goed’.