eeuwigheid

Opmaatverhaal Eeuwigheidszondag 21 november 2021

ds. Jantine Heuvelink


Eeuwigheid
‘Papa’, zegt Joris, ‘hoe lang duurt een eeuwigheid?’
‘Een eeuwigheid’, zegt papa, ‘dat duurt eindeloos’.
Joris denkt even na.
‘Maar papa’, als jij zegt dat je al een eeuwigheid wacht op oom Gert tot hij de zaag terugbrengt, denk je dan dat het nog komt voor je dood gaat? Of kan het dan ook daarna?’

‘Huh’, papa kijkt Joris aan. Wat zijn dit voor vragen? Eeuwigheid, doodgaan. Ah, papa ziet het al. Joris heeft het over eeuwigheid in de kerk.
‘Weet je’, zegt papa, ‘eeuwigheid in de Bijbel is misschien wel precies het tegenovergestelde van eeuwigheid zoals dat wachten op het teruggeven van de zaag door oom Gert. Dat wachten duurt eindeloos, en ik heb de hoop verloren dat die zaag ooit terugkomt. Maar eeuwigheid in de Bijbel dat is juist helemaal niet hopeloos.
Eeuwigheid in de Bijbel gaat over hoe tijd werkt bij God. Gods tijd is andere tijd. Al ons leven en ook als we doodgaan, gebeurt binnen Gods tijd. Eeuwigheid dat is voor altijd bij God zijn’.

‘Oké’, zegt Joris en hij denkt weer even na, ‘dus dan kan het echt wel een eeuwigheid duren met die zaag?’.
‘Ja’, zegt papa, ‘de hoop op die zaag terugkrijgen ben ik nu wel verloren, maar verder komt alles goed’.

dat poortje


Opmaatverhaal en kinderverhaal bij Marcus 10: (13-16) 17-31

‘Binnengaan in het koninkrijk van God’

Ds. Jantine Heuvelink


Opmaatverhaal ‘Dat poortje’          

Kent u dat poortje op vliegvelden?
Zo’n beveiligingspoortje waar je doorheen moét, maar waarvoor je van alles eerst moet afstaan? Je portemonnee, je telefoon, sleutels, laptop, horloge.
Alles wat je liever niet loslaat moet van je af. Soms zelfs je riem, een ring.
Het heet een beveiligingspoortje, maar voor mij voelt juist heel onveilig, heel bloot, heel kwetsbaar!
Ik ben blij als ik daarna al mijn spullen weer in handen heb.
Kent u dat?

Kinderverhaal ‘Toegang tot de hut’

Wie houdt er van hutten bouwen?
Sven en Naomi houden daar heel erg van. Ze hebben een hut gebouwd, op zolder. Echt een fantastische hut. Met lichtjes erin, knuffels, kussens.
‘Mag ik komen kijken?’, vraagt papa.
Ja dat mag wel.
Maar als papa voor de hut staat dan kijkt hij toch een beetje moeilijk.
‘Hoe kom ik binnen?’, vraagt papa.
‘Door de ingang naast het bureau’, zeggen Sven en Naomi.
Papa kijkt en ziet zo’n kier. ‘Ehm, is er geen andere manier?’
‘Nee!’
‘O’, papa zucht.
‘Je moet op je knieën’, zegt Naomi. Ja, dat begrijpt papa ook wel.
‘En je mobiel uit je broekzak en je sleutels ook’. O ja.
‘En je jasje uit’, zegt Sven, ‘en je schoenen ook en je riem af’. Jaja.
‘Je moet je buik inhouden’, zegt Naomi.
Ja tjongejonge, zucht papa. Hij probeert, maar nee, echt niet dat het lukt.
Naomi en Sven komen uit de hut.
‘Jammer’, zeggen ze, ‘het is echt een mooie hut’.
‘Maar dus alleen voor kinderen’, zegt papa.
‘Ja’, knikken Sven en Naomi.
Weet je, grote mensen kunnen nu eenmaal niet alles hebben,
niet én een heel huis voor zichzelf én ook nog toegang tot zo’n mooie hut. Toch?

lichaamsdeel

Opmaatverhaal bij 1 Korinthe 12 op startzondag
Welk lichaamsdeel ben jij?


In de klas van meester Bart gaat het vandaag over het lichaam. Iedereen heeft een kaartje gekregen met een lichaamsdeel. Vertel maar eens, zegt meester Bart, welk lichaamsdeel je bent en waarom je nodig bent

Loes gaat staan en zegt: ‘ik ben een oog, door mij kun je een ander zien!’
Kobus volgt meteen: ‘ik ben een hand, door mij kan je wat doen’

En Mo zegt ‘Ik ben een long, door mij kun je op adem komen’.

Dan is het even stil: Ik ben een knie, zegt Sophie, maar dat vind ik stom, mag ik ook een been zijn? Eh, zegt meester Bart, waarom? Nou met een been kan je tenminste nog naar iemand toelopen, zegt Sophie. O ja, zegt meester Bart, ‘ga eens zitten met je benen gestrekt (en iedereen mag dat even meedoen). Ga nu eens lopen?

Oeh, oké een knie is dus belangrijk.

En wat ben jij?’, vraagt meester Bart aan Debby. ‘Ik ben een bil’ zegt Debby.

De hele klas moet heel hard lachen. Een bil! Haha, je zult maar een bil zijn!

Maar Debby blijft heel rustig en zegt ‘Een bil heb je nodig om te kunnen zitten. Stel dat je alleen maar kon liggen of staan! Hm, dat is waar.

Als meester Bart alle lichaamsdelen langs is gegaan heeft hij nog een vraag: Vertel eens, samen zijn we een klas en ieder van jullie hoort erbij, kunnen jullie bedenken van jezelf waarom we jou niet kunnen missen?

Pff, wat een vraag. Alle kinderen denken na. En de een denkt ‘ik maak goede grappen en de ander denkt ‘ik kan goed helpen’ en weer een ander denkt ‘met mij heb je een goede aanvoerder bij voetbal’. 

De vraag van vandaag is natuurlijk: waarom kunnen we jou niet missen hier in de kerk?

Delen

Kinderverhaal bij Marcus 8: 1-21

Ds. Jantine Heuvelink


Dom

Philip zit een heel klein beetje stil achter z’n tafeltje, een beetje bleek.

Meester Bart zegt: ‘Philip wat is er met jou?’.

Philip zegt ‘Ik heb honger’.

‘Nou’, zegt meester Bart, ‘pak je brooddoos, het is pauze, iedereen zit te eten’.

‘Ik ben mijn brooddoos vergeten’, zegt Philip.

‘O’, zegt meester Bart, ‘En waarom eet je dan niet?’

‘Ik ben mijn brooddoos vergeten’.

‘Ja’, zegt meester Bart, ‘dat begrijp ik wel, maar waarom heb jij nu niets te eten dan?’

‘Ik ben mijn brooddoos vergeten’.

‘Ja’, zegt meester Bart, ‘en afgelopen maandag, weet je nog toen was Sharon toch haar brooddoos vergeten. Wat gebeurde er toen?’

‘O ja’, zegt Philip, ‘toen had Eva een krentenbol aan haar gegeven en iemand anders een boterham met pindakaas en er was ook nog jam maar dat hoefde ze toen niet want toen zat ze al vol’.

‘Ja’, zegt meester Bart, ‘zo is het gegaan. En afgelopen woendag. Toen was Roy zijn fruitdoos vergeten. Weet je nog hoe dat ging?’

‘Ja, toen kreeg hij de helft van mijn appel’.

‘Precies’, zegt meester Bart, ‘dus?’

Philip heeft geen idee.

‘Nou’, zegt meester Bart, ‘heb je al een plan?’

Wat zou meester Bart nou bedoelen?

(…)

Meester Bart zegt ‘Weet je, je brooddoos vergeten, dat kan gebeuren. Maar weet je wat ik een beetje dom vind van jou, Philip, is dat je niet bedenkt dat we dan met elkaar dit kunnen oplossen door te delen. Dat doen we toch in de klas? Je kunt het toch vragen, dan kunnen we toch met elkaar delen? Wil je dat niet meer vergeten, want dat vind ik echt dom’.  

De ridder

‘De ridder’

Opmaatverhaal zondag 2 mei 2021, ds. Jantine Heuvelink

Maandag 26 april was een hele bijzondere dag want onze dominee Wielie Elhorst werd koninklijk onderscheiden. Hij is nu ridder is de Orde van Oranje-Nassau. Ridder Wielie dus.

    Mama, krijgt dominee Wielie ook een zwaard en een harnas?
Nee, dat niet, Wielie kreeg een lintje.
    Een lintje?
Ja. Dat is een soort medaille. Kijk maar, hier is een plaatje.


    Maar waarom is hij dan ridder geworden?
Dat is om wat Wielie heeft gedaan. Wielie is al heel veel jaren bezig om mensen te helpen. Mensen die homoseksueel zijn. Weet je nog wat dat is? Dat mannen verliefd worden op mannen.
    En de mama’s van Eva toch ook?
Ja precies die zijn ook homoseksueel. En weet je er zijn heel veel mensen die christelijk zijn zoals wij, die zeggen dat God dat niet goed vindt als een jongen verliefd wordt op een jongen of een meisje op een meisje. En er zijn ook mensen die zeggen, nou de kerk is een plek waar heel veel mensen dus helemaal niet bij mogen horen. En Wielie helpt dan door uit te leggen dat God het belangrijk vindt dat mensen zorgen voor elkaar en dat God wil dat iedereen erbij hoort en dat het dus niet belangrijk is of je nu van een jongen of een meisje houdt.
    Dus eigenlijk is Wielie een ridder omdat hij die mensen beschermt?
Ja.
    En God ook.
Je bedoelt dat God ook een ridder is?
    Nee, Wielie helpt toch ook God?
Ja, dat zeg je goed.
    Maar je kunt het bijna niet zien dat hij een ridder is, met zo’n klein lintje.
Nee, je kunt het niet zien aan hoe Wielie eruit ziet, dat hij ridder is, maar je kunt het wel zien aan wat hij doet.
    Dus hij is het echt?
Hij is het echt.


Koninklijke Onderscheiding


Maandag 26 april werd ds. Wielie Elhorst benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau vanwege al zijn werk voor christelijke LHBTI’ers in Nederland en ook daarbuiten. De ontelbare bestuurstaken, het veelvuldig stem geven in de media en het organiseren van de jaarlijkse Gay Pride kerkdienst is een greep uit de vrijwilligerstaken die Wielie op zich nam en neemt. Burgermeester Halsema haalde in haar toespraak deze woorden van Wielie aan: ‘Jezelf niet kunnen zijn en niet mee mogen doen, zeker in de kerk niet, is het ergste wat je kan overkomen’. En ook zei ze: ‘U heeft er uw levenswerk van gemaakt om aan iedereen te laten zien dat geloof en geaardheid hand in hand kunnen gaan’.
We zijn als Oranjekerk trots op deze ridder in onze midden.

Stille week

Opmaatverhaal ‘Wat een stille week’


Ds. Jantine Heuvelink, predikant Oranjekerk


Mama, heet dit echt de stille week? Hoe stil moet het eigenlijk zijn? Zo stil als nu? Dat we helemaal niemand zien, dat er haast geen auto’s rijden en we nergens heen gaan?

Het is zo wel heel stil he?

Ja. Ik vind het saai. En ik mis mijn vrienden. En ik heb soms zin om heel hard te schreeuwen.

Dat snap ik wel. Weet je, volgens mij past dat ook goed in een stille week. De Stille Week van Pasen heet zo, omdat deze week anders is, omdat we stilstaan bij het verhaal van Jezus, het lijdensverhaal, en omdat we daar ook stil van worden, omdat het zo verdrietig is, dat mensen Jezus zo slecht begrepen en zo kwaad op hem waren of bang voor hem waren, dat ze hem dood wilden hebben. Als je stil staat bij het verhaal en er stil van wordt, ja dan kan het gebeuren, wat jij hebt, dat je eigenlijk heel hard wilt schreeuwen, omdat je boos bent of verdrietig. Dat kan heel goed.

Dus het is niet meteen fout als je deze week toch lawaai maakt?

Nee, dat geeft niet.

Oh gelukkig, want weet je mam, wie er heel veel lawaai maken juist als het heel stil is?

Nee, weet ik niet, wat bedoel je?

De vogels! ’s Ochtends, heel vroeg, als het net licht wordt, dan word ik vaak wakker van de vogels bij mijn raam, en die gaan dan keihard. Wil je weten hoe hard? Fiewt, FIEWT, FIEWHT!!

Ja ja, shh, ik weet wat je bedoelt.

En daar word ik dan wakker van.

Ja, dat heb ik ook.

Dus die zijn helemaal niet stil. Ook niet in deze stille week.

Nee, inderdaad.

Maar dat mag toch wel, mama? Vogels mogen wel lawaai maken, toch? Want zij kunnen toch niet weten dat het een Stille week is omdat het bijna Pasen is?

Ah, liefje, weet je, dat het bijna Pasen is, dat weten de vogels misschien nog wel het beste van ons allemaal.